Wiel Dohmen, lid van de raad van advies
Fonds
Gepubliceerd op 2 oktober 2024

‘We willen dat mensen met een gerust gevoel thuiszitten’

Met ruim 30 jaar ervaring in de luchtvaart kent Wiel Dohmen de sector door en door. Sinds deze zomer zet hij die kennis en ervaring in als lid van onze raad van advies, onder meer als aandachtsfunctionaris vortex. We praten met hem over zijn lange carrière in de sector en over wat hij voor omwonenden kan betekenen. 

Wiel, je hebt meer dan 30 jaar ervaring in de luchtvaart. Wat heb je precies gedaan?

“Ik ben op mijn 30e als supervisor warehousing bij MAA begonnen. 7 nachten op, 7 nachten af. Dat heb ik 3 maanden gedaan. Ik had allerlei ideeën, en toen ik die bij het management opperde, zat ik opeens op het kantoor van de vrachtafdeling om dat op orde te krijgen. Binnen 6 maanden werd ik cargomanager, een functie met veel klantcontacten die ik met succes wist aan te boren. 

Toen kwam de vraag of ik commercieel manager wilde worden. Ik ben veel gaan reizen, want als je achter je bureau blijft zitten, trek je geen nieuwe klanten aan. Je moet mensen in de ogen kunnen kijken, waarmaken wat je belooft. Zo werd ik commercieel directeur van afhandelingsbedrijf MHS, toen nog een aparte bv naast de Luchthaven N.V.”
 

Wat is er zo leuk aan de luchtvaart?

“Iedere dag is anders, zowel in de afhandeling van vliegtuigen als van passagiers. Daarbij heb je altijd te maken met nieuwe goederen en andere mensen. De dagen lopen nooit zoals gedacht.”
 

Toch ben je op een bepaald moment weggegaan.

“In 1999 werd besloten dat de Oostwestbaan (waartoe het Kabinet eerder een principebesluit had genomen, red.) niet door zou gaan. De directie had daarna andere ideeën met MAA dan wij. Daarom besloot ik in 2008 op te stappen. Dat was geen gemakkelijke keuze. De afhandeling in Maastricht had in de luchtvrachtwereld een heel goede naam. Maar ik raakte met een aantal collega’s in gesprek met de luchthaven in Luik. 

Voor het nieuwe afhandelingsbedrijf dat we daar opstartten, werd een loods gebouwd van 6.500 m2. Niemand geloofde dat die snel vol zou zitten, maar nog tijdens de bouw haalden we 2 klanten met veel volume binnen. Na 3 maanden moest er al een loods bij. Zo is het huidige Aviapartners ontstaan.”

 


"Ik ben ervan overtuigd dat er genoeg mogelijkheden lagen én liggen om de luchthaven rendabel te maken.”

 

Had dat in Maastricht ook gekund?

“Niet zonder Oostwestbaan, en niet zonder nachtvluchten. In die tijd waren er ongeveer 43 bewegingen per nacht met kleine toestellen, die voor XP richting de Europese hoofdsteden vlogen. Naar Barcelona bijvoorbeeld, en Milaan. XP wilde dat aantal verder uitbreiden, maar de luchthaven en de overheid wilden meer rekening houden met de omgeving en de nachtvluchten uitfaseren. Daarop is XP naar Luik vertrokken, waar ze uiteindelijk als TNT - het huidige FedEx Express - groot zijn geworden.

In Maastricht had de vracht in deze vorm alleen met uitbreiding een kans. Als dat niet kan, moet je roeien met de riemen die je hebt. Dan nog ben ik ervan overtuigd dat er genoeg mogelijkheden lagen én liggen om de luchthaven rendabel te maken.”
 

Hoe zou je dat moeten doen?

“Ik ken de situatie niet meer exact, maar ik denk dat MAA het moet hebben van de service. Vracht kun je verder ontwikkelen, maar die markt wordt steeds moeilijker en de concurrentie is groot. Er is nu een nieuwe directeur en een nieuwe man voor vrachtontwikkeling. Hopelijk zorgt dat voor stabiliteit, ook voor het personeel. Als ervaren mensen weggaan omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn, verlies je kwaliteit. Maar het is een moeilijke opgave, zeker na de baanrenovatie van vorig jaar.”
 

Terug naar je eigen carrière: uiteindelijk werd je CEO van MAA. Hoe ging dat?

“Na mijn tijd in Luik heb ik op consultancybasis gewerkt voor Mondial Airline Services, een dochter van Global Airline Services. Dat is een bedrijf dat wereldwijd vracht verkoopt voor luchtvaartmaatschappijen. Voor hen werkte ik onder meer in Istanbul, Frankfurt, Düsseldorf en Keulen. In 2014 werd de directeur van Global Airline Services door de provincie benaderd: MAA zocht een nieuwe directeur, of  hij misschien iemand wist. Zo ben ik naar Maastricht teruggekeerd.”
 

Hoe was dat?

“Dat was een moeilijke en enerverende tijd. Er moest gereorganiseerd worden, de vracht bleef achter, politiek was de luchthaven een heikel punt. De kosten waren te hoog, de inkomsten te laag. Het lukte om behoorlijk wat nieuwe klanten naar MAA te halen, maar daarmee vlogen er ook meer vliegtuigen dan men gewend was. Dus de overlast nam toe, en daarmee ook de tegenstand.”

 


"Ik zit er voor de omgeving, maar ik vind wel dat je het verhaal van twee kanten moet bekijken."

 

Hoe is dat bij andere luchthavens?

“Bij iedere luchthaven zie je groepen die zich verzetten. Maar vaak wordt met tegenstand weinig gedaan. Kijk naar Luik: daar wordt 24 uur per dag gevlogen, ieder toestel mag er landen. Bij uitbreiding is er een compleet dorp uitgekocht. Ik vind dat MAA heel transparant communiceert. Maar soms roept die transparantie juist weer nieuwe vragen op, of nieuwe weerstand. Terwijl ik denk dat Zuid-Limburg als geheel, los van de direct omwonenden, meer last heeft van de luchthaven in Luik dan van MAA.”
 

Hoe vind je daar een goede balans in?

“Mensen zijn mondiger geworden, milieuorganisaties worden sneller gehoord. Dat mag ook wel. Tegelijkertijd ligt die luchthaven er al 80 jaar. Dat vind ik, zeker bij nieuwe bewoners, wel belangrijk: realiseer je dat je naast een luchthaven woont. Je kunt de overlast wel beperken door te werken met luchtvaartmaatschappijen die innovatief bezig zijn. Zeker in het passagiersgebeuren zijn sommige maatschappijen daar heel voortvarend in.”
 

Wat kun je zelf voor omwonenden betekenen?

“Ik heb een historie met de luchthaven. Daardoor kan ik bepaalde zaken aandragen, of toetsen. Als fonds nemen we geen stelling. Ik zit er voor de omgeving, maar ik vind wel dat je het verhaal van twee kanten moet bekijken. We moeten reëel blijven. Neem vortexschade: die kun je proberen te beperken, maar nooit uitsluiten. Er is weleens geopperd om de vliegroutes te verleggen, maar dat is een proces van 7 of 8 jaar, waarbij je met alle landen om je heen moet afstemmen. En dan hebben weer andere mensen er last van.”
 

Wat zou je met het fonds willen bereiken?

“Het fonds is er om de leefbaarheid in de omgeving te bevorderen. Ik zou graag willen dat mensen met een gerust gevoel thuiszitten en weten: er wordt aan ons gedacht, naar ons gekeken en geluisterd. Dat wil niet zeggen dat alles wat men vraagt, ook gehonoreerd kan worden. Maar als we ons uiterste best doen en de leefbaarheid weten te verbeteren, in welke vorm dan ook, kijk ik straks tevreden terug.”

Wiel Dohmen op de Chinese Muur