Een spannend jaar
De afgelopen anderhalf jaar hielp het Omgevingsfonds de leefbaarheid rond MAA met verschillende projecten vooruit. De komende tijd timmeren we verder aan de weg. Hoog tijd dus om even stil te staan. Dat doen we met directeur Ernest Drijkoningen en Wim Dupont, voorzitter van onze raad van toezicht. “Ik denk dat 2026 een heel spannend jaar wordt.”
Wat is de rol van het Omgevingsfonds?
Ernest: “De komende jaren, tot 2030, moet de overlast van vliegverkeer rond MAA geleidelijk afnemen. Tot die tijd is het fonds er om de overlast te compenseren. Dat doen we aan de hand van zes programmalijnen: Leefbaarheid, Verkoopgarantie, Isolatie, Vortex, Onderzoek en Communicatie. In 2030 loopt het fonds af, dan moet de overlast op het niveau zijn dat
eerder door de politiek is bepaald.”
Wim: “Het is wishful thinking om te zeggen dat er na 2030 geen overlast meer zal zijn. Maar het fonds probeert het leven rond MAA wel aangenamer te maken, waardoor mensen misschien minder overlast ervaren.”
Ernest: “Of iets extra's krijgen wat anderen niet krijgen.”
Het fonds richt zich vooral op omwonenden binnen de 56 dB(A)-contour. Waarom is dat?
Ernest: “De contour is ons door de provincie aangereikt. Hierbinnen wonen volgens de berekeningen de mensen met de meeste overlast. Dat betekent natuurlijk niet dat mensen daarbuiten geen overlast ervaren. Maar voorlopig moet je, als je buiten de contour iets wilt, niet bij het fonds zijn.”
Wim: “Dat is soms een beetje sneu voor iemand die net buiten het contourgebied woont. Want zo iemand is er altijd.”
Ernest: “Alleen bij het programma Leefbaarheid hebben we meer speling. Die projecten mogen best buiten de contour plaatsvinden, als er maar genoeg omwonenden bínnen de contour zijn die van onze bijdrage profiteren.”
Hoe onafhankelijk is het fonds?
Ernest: “Die autonomie is goed gewaarborgd. Er is in de afgelopen twee jaar nooit ingegrepen door de financiers. Ook politiek is er geen bemoeienis. We moeten onze bestedingen wel verantwoorden, maar er is geen inhoudelijke inmenging.”
De eerste regelingen zijn op 1 april 2024 opengesteld. Wat zijn de belangrijkste lessen van de afgelopen tijd?
Ernest: “Allereerst dat communicatie ontzettend belangrijk is. We hebben de bewoners vanaf het allereerste begin opgezocht en goed geluisterd naar wat zij ons vertelden. Dat loopt als een rode draad door de programma’s. En we doen ons best om zo toegankelijk mogelijk te zijn.
Dat zie je bijvoorbeeld bij het programma Isolatie. Er is een online tool ingericht waarop mensen kunnen inloggen. Maar we merkten al snel dat dat niet genoeg was. Daarom zijn er veel huisbezoeken geweest. Niet omdat dat akoestisch of technisch altijd noodzakelijk was, maar om de communicatie met bewoners te versterken.”
Wim: “Als je zelf dagelijks met zo’n programma bezig bent, is het voor jezelf wel duidelijk. Maar het is niet altijd vanzelfsprekend dat anderen het ook begrijpen. Het is goed om je daarvan bewust te zijn en daarop te blijven acteren.”
Ernest: “We zitten in een bestaande omgeving die veel overlast heeft en die we proberen te verbeteren. Dat vergt een andere manier van communiceren dan bijvoorbeeld een nieuwe gebiedsontwikkeling. Het is ingewikkelder, want je komt aan iemands huis, of aan de gemeenschap van mensen.”
En verder?
Ernest: “Een tweede les is dat we met kleine druppeltjes weinig toevoegen.”
Wim: “Al is dat ook een beetje keer voor keer.” Ernest: “De Buurtvereniging Geverik heeft met onze hulp bijvoorbeeld een grote kerstlunch georganiseerd. Als ze een bijdrage aan de bewoners hadden gevraagd, was onze steun niet nodig geweest...”
Wim: “... maar voor bewoners die niet veel te besteden hebben, maakt een tientje een groot verschil. Zo dragen we als fonds bij aan de sociale samenhang. Maar er zijn meer fondsen die dat doen. Daarom leggen we de lat liever hoog en
steunen we vooral grotere projecten.”
Ernest: “We richten ons met name op structurele versterking of unieke projecten, zaken waar normaal geen middelen voor zijn. En we versterken liever de voorwaarden voor exploitatie, dan dat we geld in de exploitatie zelf stoppen. Ons eerste grote project was een nieuw gebouw voor Speeltuin Sint Joseph in Meerssen. Dat heeft echt gewerkt als een versneller: met onze bijdrage konden ze ook andere partijen over de streep trekken. De vergroening van het schoolplein van Stella Maris College is nog zo’n voorbeeld. Dat project pakken we samen met IVN Natuureducatie op. Het heeft de potentie een beweging in het voortgezet onderwijs in gang te zetten.”
“Onze bijdrage aan Speeltuin Sint Joseph heeft echt gewerkt als een versneller: met onze bijdrage konden ze ook andere partijen over de streep trekken.”
Er zijn 6 verschillende regelingen. Zijn die allemaal even belangrijk?
Ernest: “Bestuurlijk zie je dat Leefbaarheid veel meer aandacht krijgt dan programma’s als Isolatie en Vortex. Ook omdat het veel meer landt in de directe omgeving.”
Wim: “Isolatie en Vortex zijn toch wat abstracter. Als daar straks in geïnvesteerd is, zie je er niks meer van. Maar zo’n gebouw als bij Speeltuin Sint Joseph, dat staat er de komende veertig jaar. De maatschappelijke impact is veel groter.”
Ernest: “Van de andere kant: als je woning niet goed geïsoleerd is of de ramen sluiten niet goed, en je hebt daardoor altijd last van vliegverkeer, is een bijdrage óók waardevol. Al merken we dat sommige zaken minder belangrijk of succes-
vol zijn dan we van tevoren dachten. Terwijl op andere regelingen juist een veel groter beroep gedaan wordt.”
Wim: “Dat is inherent aan dit soort processen. Je hebt in grote lijnen wel een idee, maar soms moet je toch bijsturen en je accenten wat meer naar links of rechts verschuiven. Het is goed om daar kritisch naar te blijven kijken.”
“Ik hoop dat we eind volgend jaar uit een aantal projecten echt resultaten zien.”
En als jullie vooruitkijken?
Wim: “Ik hoop dat we eind volgend jaar uit een aantal projecten echt resultaten zien. Denk aan Leefbaarheid, of Isolatie. Ook bij Vortex moet er iets liggen waarmee we door kunnen. Ik denk dat 2026 een heel spannend en enerverend jaar wordt.”
Ernest: “In 2026 moeten we inderdaad naar de uitvoering van allerlei technische maatregelen.”
Wim: “Dan zie je ook wat er tot nu toe gebeurd is. En wat het resultaat is van de moeite die de afgelopen jaren in de regelingen gestoken is. Dat is ook goed om te laten zien: aan de subsidiegevers, maar vooral aan de omwonenden van de luchthaven.”
Ernest: “Tijdens de vorige bewonersbijeenkomst, begin 2025, hebben we gezegd: als we hier over een jaar staan, mag u ons erop afrekenen dat we met de isolatie begonnen zijn. Zoals het er nu naar uitziet, moet dat wel lukken.”