Aan de voorkant van vernieuwing
Afgelopen april gingen de eerste regelingen van het Omgevingsfonds MAA open voor aanvragen. Maar voor Ernest Drijkoningen begon het fonds bijna een jaar eerder, met een telefoontje van Hub Meijers. De huidige voorzitter van de raad van toezicht was gevraagd als kwartiermaker voor het fonds. In Ernest zag hij de gedroomde directeur: een ervaren verbinder met veel ervaring in publiek-private samenwerkingen. “We voelen steeds beter aan waar onze toegevoegde waarde ligt.”
Ernest stond altijd al ‘aan de voorkant van vernieuwing’, zoals hij dat zelf noemt. Nieuwe dingen ontwikkelen, daarin ligt zijn kracht. In het verleden hield hij zich bezig met thema’s als milieu, geluidhinder, bodem en veiligheid: niet als deskundige, maar als verbinder op verschillende schaalniveaus, van lokaal tot internationaal. Samen met Hub Meijers zette Ernest bij de Ontwikkelingsmaatschappij Parkstad Limburg (OPL) ‘dingen in gang’ door mensen bij elkaar te brengen op een manier die misschien wat minder voor de hand ligt.
Voor overheden is dat lastiger, legt hij uit. “Overheden werken vaak met een traditionele projectstructuur. Als OPL waren we in staat paden te bewandelen die voor gemeenten of provincie veel te ingewikkeld waren.” Zo was er bijvoorbeeld geen georganiseerde popmuziek in Parkstad, maar leefde die behoefte wel onder de bevolking. “We hebben iemand aangetrokken om poppodia en bandjes bij elkaar te brengen en het merk Parkstad Popstad in te richten.”
Verbinder
Voor het Omgevingsfonds MAA ziet hij eenzelfde rol weggelegd. “We zijn geen MAA, geen provincie, geen gemeente. Van de exploitatie van de luchthaven hebben we geen verstand. Maar we staan wel dicht bij de inwoners. We zijn onafhankelijk en onbevangener - in bepaalde opzichten is dat een makkelijkere rol. Met een beetje ‘seed money’, zoals dat heet, kunnen we daardoor een hoop teweegbrengen."
Neem een thema als geluidshinder, of fijnstof. “Eigenlijk is het gek. Er zijn al allerlei onderzoeken geweest en suggesties gedaan om geluidshinder en fijnstof aan te pakken. Toch is daar nog maar weinig mee gedaan. Waarom zijn er niet meer geluidswallen neergelegd, of stroken met olifantsgras die fijnstof uit de lucht filteren? Dat is te herleiden tot het feit dat iedereen in zijn eigen hokje zit. Als fonds kunnen we deuren openen.”
"Door langdurig het gesprek aan te gaan met omwonenden, verenigingen en initiatiefnemers, kunnen we de sociale structuur van dorpen versterken.”
Langdurige relaties
Daarbij wil hij vooral inzetten op langdurige relaties. Projecten zijn geen doel op zich. “Vaak zie je bij projecten dat iedereen naar het doel toe redeneert, maar vergeet de sociale structuur goed in te richten. Als fonds richten we ons niet op eenmalige acties. We gaan liever een band aan met een buurtvereniging of een initiatief, zodat zij zich steeds verder kunnen ontwikkelen.” Op de lange termijn heeft dat namelijk de meeste impact.
Daarom wil het fonds ook niet meteen in het eerste jaar het hele budget opmaken. “En we zijn ook niet de partij die de begroting kloppend maakt. Ik zie ons liever als een soort ‘verbindingsofficier’ die aan de voorkant meekijkt welke slimme koppelingen er te leggen zijn. Want juist door langdurig het gesprek aan te gaan met omwonenden, verenigingen en initiatiefnemers, kunnen we de sociale structuur van dorpen versterken.”
Voorbereiding
Om dat voor elkaar te krijgen, is eerst het fonds zelf goed opgezet. Dat begon met de oprichting van de stichting, waarvoor Hub en Ernest samen de notaris bezochten. Daarna volgde de zoektocht naar leden voor de raad van toezicht en de raad van advies. En het betrekken van de juiste partners, zoals ingenieursbureau Cauberg Huygen en Betawerk, dat alvast begon met de bouw van de website.
Ook het schrijven van een programmaplan voor de komende vijf jaar en het samenstellen van een team van coördinatoren, ieder verantwoordelijk voor een of meer programma’s, behoorde tot de taken. Afgelopen maart oordeelde de provincie enthousiast over dat programmaplan. Toen konden, na 2 drukbezochte bewonersavonden, de eerste regelingen van start. Met succes.
Toegevoegde waarde
Voor de regeling Leefbaarheid zijn al ruim 20 aanvragen binnen, voor Verkoopgarantie hebben zich nu 3 omwonenden gemeld. De pilot Isolatie loopt. En ook in de regeling Onderzoek worden de eerste stappen gezet. Ernest: “We voelen steeds beter aan waar onze toegevoegde waarde ligt. Voor omwonenden ligt die vooral in het leggen van verbindingen. We proberen te inventariseren wat er speelt en daar onconventioneel mee om te gaan. Voor subsidiënten voegen we de meeste waarde toe als we onze gang kunnen gaan.”
Dat laatste is soms lastig, geeft hij toe. Geldverstrekkers willen de besteding van hun bijdrage soms sturen. Toch is Ernest ervan overtuigd dat vertrouwen meer oplevert. “Het is een andere manier van naar problemen kijken. Neem Lou Wanten, de coördinator van de regelingen Isolatie en Vortex. Hij stond een jaar geleden nog tegen de luchthaven te protesteren. Dan kun je zeggen: zo iemand hoort bij het fonds geen rol te krijgen. Maar hij weet wel wat er in de omgeving speelt.”
"We voegen de meeste waarde toe als we onze gang kunnen gaan."
Verantwoording
Het fonds kijkt vooruit naar een programma van 5 jaar. Daarbij is de koppeling tussen ingrepen op grote en op kleine schaal, collectief en individueel, een van de zaken die het voor Ernest nog interessanter maken. Bijdragen van het fonds hoeven dan ook niet altijd veel geld te kosten. “Maar we hebben wel de middelen om het te doen.” De besteding van die middelen is overigens volledig controleerbaar. “Alles wat we doen moet uitgeschreven zijn, want we moeten bij al onze subsidiënten verantwoording afleggen. Het ministerie van IenW verwacht een accountantscontrole van het zwaarste niveau.”
Boegbeeld
Of hij er zelf aan het einde van die 5 jaar nog bij is, durft hij niet te zeggen. “Voordat de grotere projecten echt beginnen, zijn we een paar jaar verder. Maar als het eenmaal loopt, weet ik niet of ik nog toegevoegde waarde heb. Dan wordt het misschien tijd voor een nieuwe directeur.”
Die houding tekent hem. Op de voorgrond hoeft Ernest niet zo nodig. Hij is getrouwd, heeft 3 kinderen en 2 kleinkinderen. Hij bokst en fietst. En hij leest veel, waaronder 4 kranten: de Limburger, het NRC, De Volkskrant en het Financieel Dagblad. Veel meer vindt hij over zijn privéleven niet relevant. Het gaat tenslotte niet om hem, maar om de omwonenden: “Zij horen het boegbeeld van het fonds te zijn. Wij maken het alleen mogelijk.”
Portretfoto: Wendy Boon Fotografie
Fotografie bewonersavond: BYV-MEDIA / Cordewener
Sta je op een van de foto's en wil je liever niet dat we die gebruiken? Stuur ons dan een bericht.